Anne Chapelle wordt weleens de machtigste vrouw binnen de Belgische mode genoemd, maar zelf zegt ze daarover dat ze gewoon haar werk zo goed mogelijk doet. En dat werk vereist vliegreizen. Véél vliegreizen. “Ik slaap nergens beter dan in een vliegtuig”.

Dat Anne Chapelle drukbezet is, is een understatement. Op de avond van de dag van ons gesprek trekt ze naar Amsterdam, daags erna gaat het richting Seoul, en dan vergeten we nog gemakshalve dat ze gemiddeld twee dagen per week in Parijs verblijft. Zo iemand reist dus maar beter graag, zou je dan denken. 

“Ik zie het in elk geval niet als een noodzakelijk kwaad, omdat je bij elke reis wel iets opsteekt. Bovendien vind ik reizen niet lastig, hoewel dat voor een buitenstaander die mijn schema bekijkt, misschien wel hectisch lijkt (lacht). Ik maak uiteraard een groot onderscheid tussen zakelijke trips en privévakanties. Bij dat eerste primeert het doel, de bestemming, en dat wil je zo snel en efficiënt mogelijk bereiken – je gaat recht op je meeting af, met liefst zo weinig mogelijk omwegen. Mijn hersenen staan dan in werkmodus. Ik verlies daar geen tijd met sightseeing of museums bezoeken. Werken is werken en plezier is plezier. Dit gezegd zijnde, stel dat je meeting is afgelopen en je hebt nog enkele uren voor het vliegtuig vertrekt… dan heel misschien. Maar die situatie doet zich zo goed als nooit voor.”

 

Een zakenreis is eigenlijk een veroveringstocht

 

Kortom, bij een zakelijke reis: hoe sneller ter plaatse, hoe beter?
“Inderdaad: tijd is essentieel in business en zakelijk reizen komt eigenlijk neer op tijdverlies. Dus je wilt dat traject zo kort mogelijk houden en vooruitgaan – stilstaan is geen optie. Daarom heb ik ook een speciale frequent flyer card, waarmee ik wachtrijen vermijd en sneller naar de terminal kan. Een andere manier om tijd nuttig te besteden, is ’s nachts vliegen, zodat je meteen kunt slapen. Op het vliegtuig eet en drink ik nooit, ik zet mijn hoofd op aankomstmodus en ik begin te slapen. Meer nog: ik slaap intussen nergens beter dan in een vliegtuig (lacht). Dan kom ik aan, doe mijn werk en, indien mogelijk, vlieg ik ’s nachts weer terug zodat ik daags erna hier weer aan de slag kan en geen contact met het thuiskantoor verlies. Op die manier kan ik ook in mijn vertrouwde tijdzone blijven. Mijn medewerker Martijn, waar ik altijd mee reis, is nu ook aan het leren om te slapen op het vliegtuig. In het begin keek hij voortdurend films, waardoor hij bij aankomst doodmoe was (lacht). Je moet dat leren, anders put je je lichaam ontzettend uit. En je moet uiteraard zo helder mogelijk op je meeting verschijnen.”

Geen jetlag voor u dus.
“Nee. Let wel, ik heb één keer een jetlag gehad: dat was na een vlucht van Azië naar de Verenigde Staten. Het gevolg? Ik was helemaal gedesoriënteerd. Ik las in Los Angeles de krant van een dag die volgens mijn systeem nog moest beginnen. Very confusing. Ik heb toen een hele week gehuild, zonder te weten waarom. Gelukkig waren mijn salesmensen daar om mij enigszins op te vangen. Echt een verloren week, omdat ik toen ook niets kon doen. Heel vies. Dat zal me nu niet meer overkomen. Ook omdat ik weet dat ik bij zo’n trip altijd via Europa moet reizen, zodat je geen tijdzone overslaat.”

 

Veel meer dan ‘hi’ en ‘hello’ en ‘how are you’ is een Skype-meeting vaak niet – heel artificieel

 

Je hebt een routine ontwikkeld om te vliegen. Ook om met andere culturen om te gaan?
“Je mag dat niet veralgemenen: je zit altijd tegenover een mens, of dat nu een Aziaat of een Amerikaan of een Rus is. Je kunt dus niet zomaar zeggen: de Amerikanen zitten zus in elkaar, de Aziaten zo. Iedere mens is een leerschool. Maar je moet wel rekening houden met gevoeligheden van bepaalde bevolkingsgroepen en je daar voorzichtig in bewegen. Zo kun je in Azië gerust je mening zeggen en recht voor de raap zijn – als je dat in puriteins Amerika doet, is iedereen gechoqueerd.”

Hoe belangrijk is dat face-to-face contact eigenlijk in tijden van Facetime en Skype?
Face-to-face contact zal in business altijd cruciaal blijven. Omdat je in de ogen van de mens tegenover je zijn ziel kunt lezen. Face-to-face zorgt voor connectie en schept een vertrouwensband die nodig is om te kunnen samenwerken. Heb je al eens een meeting via Skype meegemaakt? Veel meer dan ‘hi’ en ‘hello’ en ‘how are you’ is dat vaak niet – heel artificieel, je dringt niet door in iemands gedachtengoed. Ik noem dat ‘verloren tijd-meetings’, hooguit goed om een groep van iets op de hoogte te brengen. Maar om een businessakkoord te bereiken: no way. Ik vraag me altijd af: who’s my enemy? Wie zit er voor mij, wie moet ik beconcurreren of ‘veroveren’? Een zakelijke reis is eigenlijk een veroveringstocht: je wil altijd iets verkrijgen van iemand.”

 

Ik hou niet van de luchthaven in Frankfurt, daar moet je bij een aansluiting vaak kilometers lopen, terwijl die afstand net zo kort mogelijk moet zijn

 

Hebt u eigenlijk favoriete luchthavens?
“Ja hoor. Ik vlieg altijd vanuit Brussel. Ik vind dat een heel aangename luchthaven, waar mensen altijd behulpzaam en vriendelijk zijn. Als we kunnen, gaan we dan via München, waar ze even efficiënt zijn. Maar er zijn evengoed luchthavens die ik haat. Bangkok bijvoorbeeld, of Parijs. Maar vooral Frankfurt: daar moet je bij een aansluiting vaak kilometers lopen tussen twee terminals, terwijl die afstand net zo kort mogelijk moet zijn. Mijn mensen weten dat: als Frankfurt vermeden kan worden in de planning, dan moet het vermeden worden. Helaas is dat niet altijd mogelijk.”

Hebt u dat reizen eigenlijk nodig? U bent destijds 9 maanden huisvrouw geweest.
“Het reizen op zich heb ik niet nodig, het business doen wel. Ik wil mensen ontmoeten en ervan leren. Dat is mijn drive, dat verrijkt mij. Daarom neem ik van elke reis ook een aandenken mee. Ooit zelfs eens een beeld van 20 kilo (lacht).”

U bent heel vaak onderweg, maar u noemt Antwerpen uw thuis. Waarom?
“Ik mag dan nog zo vaak op reis zijn, ik moet ergens kunnen thuiskomen, je moet ergens aarden. En bij mij is dat in Antwerpen. Ik mag hier dan misschien hooguit één derde van het jaar zijn, ik kom hier tot rust. En dat heb ik nodig, anders ben ik verloren.”

U noemt uzelf een familiemens, maar met uw bestaan lijkt me dat niet evident.
“Daarom beleef ik momenten met de familie, die heel uitgebreid en hecht is, heel intens. Ik denk dat ik de grootste party animal van iedereen ben (lacht). Als ik hier ben, wil ik dat iedereen hier is. De kerstperiode staat bijvoorbeeld helemaal in het teken van familie – daar kies ik bewust voor. Net zoals dat bij verjaardagen het geval is, daar laat ik business niet tussenkomen. Kerstmis wordt in onze familie zelfs drie dagen lang gevierd.”

Als Anne Chapelle geen carrière in mode begonnen was, dan was ze…
“…misschien operazangeres geworden (lacht). Als kind stond ik zelfs voor de spiegel om bepaalde poses aan te nemen en te zingen. Tot mijn moeder zei dat ik wellicht niet de longen had om opera aan te kunnen. Dus toen heb ik die droom maar opgeborgen. Alhoewel, droom: ik ben nooit echt iemand geweest die grote dromen of verlangens had. Ik wil in het hier en nu leven en me laten omringen door mensen die ik graag zie. Mijn vrienden vandaag zijn vrienden die ik 30 of 35 jaar geleden ook al had.”