Het Turnhoutse speelkaartenconcern Cartamundi werd in 1970 opgericht uit een fusie van de speelkaartenafdelingen van drie lokale drukkerijen: Brepols, Van Genechten en Biermans. Vandaag is het bedrijf actief in 120 landen. Wereldwijd staan er 2.100 mensen op de payroll. Deze mensen zijn niet alleen werkzaam in hun fabrieken in België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Polen, de Verenigde Staten, Brazilië, India en Japan, maar ook in eigen verkoopkantoren. En aan het hoofd staat nieuwbakken ‘Manager van het Jaar’ Chris Van Doorslaer.

Proficiat met uw recente bekroning. Een titel waar u ongetwijfeld trots op bent. Wat is uiteindelijk de doorslaggevende factor geweest ?
“Ik denk dat er twee doorslaggevende factoren waren. Om te beginnen ons opmerkelijk track record van de voorbije decennia. We zijn er in geslaagd om Cartamundi, een Vlaamse familiale joint venture, uit te bouwen tot een succesvolle wereldspeler. Marktleider in de niche van de speelkaarten. Daarnaast hebben we in 2015 twee fabrieken overgenomen van de Amerikaanse bordspellenfabrikant Hasbro. Eén in Ierland en één in de Verenigde Staten. Onze grootste overname ooit en beslist een mijlpaal in de geschiedenis van Cartamundi. Het betekende ook: meer dan 500 mensen erbij en een omzetstijging van zo’n 150 miljoen dollar. Zo zijn we in één klap wereldleider geworden in de productie van bordspellen als Monopoly en Cluedo.”

 

Je kunt niet alles via mail en videoconferencing regelen. Soms moet je ter plaatse gaan

 

Wat voor een type manager bent u en hoe verklaart u uw succes?
“Eigenlijk zou je die vraag aan anderen moeten stellen, maar ik denk dat ik mensen voldoende vrijheid geef om creatief te zijn. Dat ik mensen meekrijg en kan motiveren. Van in het begin hebben we gefocust op een nicheproduct. Dat doen we nog steeds. De kaart staat centraal. Verder zijn we op tijd beginnen diversifiëren, innoveren en internationaliseren.”

Hoe blijven jullie voor innovatie zorgen?
“Creativiteit en vernieuwing zijn essentieel om te groeien. Wij hebben een 10-koppig team in huis dat zorgt voor alle creatieve services. Daarnaast zijn er een 20-tal  mensen dagelijks bezig met onze digitale services, iCards, apps… Samen hebben we innovaties gecreëerd, die helemaal mee zijn met de digitale evolutie en toch in het verlengde liggen van de klassieke kaart. Een voorbeeld? Een image recognition spelletje, waarbij kinderen een dierenprent voor de camera van hun smartphone of tablet houden. De app herkent het prentje, maakt het overeenstemmende dierengeluid en zegt in vier talen hoe het dier heet. Een educatief spelletje met een eigentijdse funfactor.”

 

fO_IB-0316_008

©Ian Hermans

 

Is ‘met de kaarten spelen’ niet achterhaald?
“Integendeel. Kaarten zijn hot. De kleinsten zijn dol op verzamelkaarten, maar ook jongeren pokeren weer. Met vrienden op café of gewoon thuis. Zelfs de horeca ziet potentieel, want in sommige cafés kun je vandaag afspreken om gezelschapsspelletjes te spelen. Je betaalt gewoon voor een paar uurtjes fun, huur van het bordspel inbegrepen.”

Speelt u zelf graag met de kaarten?
“Ja, wij spelen thuis wel eens Klaverwiezen of Monopoly, het kaartspel bedoel ik dan… Het is gezellig en een stuk socialer dan pakweg tv-kijken. En dat is precies wat ik bedoel met sharing the magic of playing together.”

 

In andere landen zijn niet alleen de kaarten waar mensen mee spelen anders – soms met heel andere figuren zoals bekers, zwaarden of eikels – ze doen ook steeds op hun eigen manier zaken

 

Hebt u er enig idee van hoever we moeten terugkeren in de geschiedenis om de eerste speelkaart tegen te komen?
“In het Europa van de 13de eeuw kenden ze al kaarten, in België doken de eerste sets op in Doornik. Aanvankelijk handgeschilderd en peperduur. Pas in de 16de eeuw werd het kaartspel goedkoper dankzij de boekdrukkunst. Bij Brepols werden er eind 18de eeuw al kaarten gedrukt. Bij Van Genechten sinds 1834. Vandaag zijn de respectievelijk 8ste en 6de generatie nog steeds aandeelhouders van Cartamundi.”

Wat zijn belangrijke aspecten voor een internationale business als de uwe?
“Je moet je altijd aanpassen aan de lokale markt en gebruiken. Wij spelen hier met de klassieke Franse kaarten met figuren als Heer, Vrouw en Boer, de klassieke rode harten en ruiten en de zwarte klaveren en schoppen. Achter al deze figuren schuilt een bepaalde symboliek. In andere landen zijn niet alleen de kaarten waar mensen mee spelen anders – soms met heel andere figuren zoals bekers, zwaarden of eikels – ze doen ook steeds op hun eigen manier zaken. Daar moet je rekening mee houden. Respect voor de plaatselijke cultuur is trouwens altijd essentieel als je internationaal wilt scoren. Dat is ook één van de redenen waarom Cartamundi op veel plaatsen in de wereld met lokale vestigingen werkt.

fO_IB-0316_010

©Ian Hermans

 

Waar in de wereld is Cartamundi actief?
“Je kunt onmogelijk overal aanwezig zijn, maar Cartamundi heeft vandaag 11 fabrieken op 4 continenten: zes in Europa, twee in de VS en één in India, Brazilië en Japan. Daarnaast heeft Cartamundi ook nog 13 verkoopkantoren wereldwijd. China blijft voorlopig onze blinde vlek. Communiceren is erg moeilijk in China. We hebben wel al toenaderingspogingen ondernomen, maar die zijn steeds op een dood spoor geëindigd. Toch zijn we van plan om binnen de vijf jaar voet aan de grond te krijgen in China.”

Hoe vaak bent uzelf op zakenreis? En is reizen dan een lust of een last?
“Je mag toch rekenen op een 100-tal vluchten per jaar. Volgende week zit ik weer in Amerika bijvoorbeeld. Je kunt nu eenmaal niet alles via mail en videoconferencing regelen. Soms moet je ter plaatse gaan. Dat is arbeidsintensief en ik heb weleens last van een jetlag, maar het hoort er nu eenmaal bij.”

Bent u dan zelf al met memorabele cultuurverschillen geconfronteerd geweest?
“Ja hoor, en je maakt soms ook fouten. Zo moet je in Japan niet spontaan of en plein public feedback geven of vragen stellen. Dat wordt je niet in dank afgenomen. Ook teambuildingactiviteiten vinden ze maar niks. Veel te Westers allemaal. Maar er zijn ook hartelijke en warm-menselijke momenten en bijna vriendschapsbanden die ontstaan. Zo word je in Latijns-Amerika al gauw uitgenodigd bij de mensen thuis. Je leert gaandeweg wel omgaan met al die cultuurverschillen. Maar het blijft opletten bij het begroeten van mensen tijdens internationale meetings of zo. Brazilianen zullen je bij manier van spreken meteen om de hals vallen, terwijl je bij de Japanners best een behoorlijke afstand bewaart.”