Moortgat is een gelauwerd ondernemer. Hij werd verkozen tot manager van het jaar 2010. En in 2014 won hij de Vlerick-award voor de manier waarop hij de familiale brouwerij leidt met merken als Duvel, Vedett, Achouffe, Liefmans, De Koninck en Maredsous.

Er wordt veel geklaagd over het ondernemingsklimaat in België. Hoe kijkt u daar naar?
“Ondernemen in België is inderdaad niet makkelijk. We kijken aan tegen een grote rechtsonzekerheid en er zijn heel zware administratieve lasten, maar toch blijven we hier investeren. De kwaliteit van de mensen is hier ongelooflijk hoog en compenseert al de rest.”

 

Onze beursnotering heeft ons een discipline bijgebracht

 

Niettemin zoekt Duvel Moortgat zijn uitbreiding vaker in het buitenland, zoals de overname van de Amerikaanse brouwerij Firestone Walker. Waarom?
De VS zijn de tweede biermarkt ter wereld, voor speciaalbieren zijn ze zelfs de grootste. De verkoop van het zogenaamde craft beer groeit er met 19 procent per jaar. Het segment is nu al goed voor 11 procent in van de totale biermarkt in volume en zelfs 20 procent van de biermarkt in waarde. Dertig jaar geleden is de revolutie van de craft beers er op gang gekomen. In de jaren zeventig waren er 80 brouwerijen die een ambachtelijk bier maakten, nu zijn ze met meer dan 3.500.”

En u wilt daar een graantje van meepikken.
“We zijn dertig jaar geleden gestart met export naar de VS en sindsdien mooi gegroeid. Eerst kenden de Amerikanen enkel buitenlands bier uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, maar dankzij de opmars van de craft beers kwamen ook de Belgen met hun speciaalbieren in beeld. Sindsdien is de kwaliteit van de Amerikaanse craft beers echter zo sterk toegenomen dat de Amerikaan minder snel naar een buitenlands bier grijpt. Bier blijft ook een lokaal gegeven. Kijk maar op luchthavens. Overal vind je dezelfde merken van whisky en gin terug. Maar de schappen met bieren zien er overal anders uit. Die combinatie van een groeiende markt, maar plafonnerende export heeft ons ertoe aangezet om meer in de VS zelf actief te worden.”

Is een overname in het buitenland niet moeilijker?
“We kennen onze sector natuurlijk door en door. Als we een technische installatie bekijken, weten we wat die waard is en welke investeringen er moeten gebeuren om ze op het gewenste peil te krijgen. De commerciële mogelijkheden van een bier inschatten, is moeilijker. Maar we doen dan een aantal studies bij consumenten om dat te kunnen inschatten. De VS is voor ons geen blinde vlek meer. We proberen de mensen in de overgenomen brouwerijen ook aan boord te houden via een retentiebonus. Daarnaast houden onze mensen uit Breendonk en uit onze andere Amerikaanse brouwerijen een oogje in het zeil. Niet om een stiefvader te zijn, wel om inzicht in de zaken te hebben.”

 

De kwaliteit van de mensen is hier ongelooflijk hoog en compenseert al de rest

 

Gaat dit ten koste van de Belgische activiteiten?
“In 1999 hebben we een analyse met de sterktes en zwaktes gemaakt van ons bedrijf. Daaruit bleek dat Duvel een sterk merk was. Maar dat was meteen ook onze zwakte. Daarom kozen we ervoor om ons gamma uit te breiden en minder afhankelijk te worden van onze thuismarkt. We hebben dan filialen geopend in de VS, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, China en Frankrijk. Dat belet niet dat we in België nog steeds ruimte zien voor de groei van merken als Liefmans, Vedett, Maredsous, De Koninck… Maar de kans dat we hier nog een overname zullen doen, is zeer klein. Op een zakdoek hebben we al vier brouwerijen.”

 

vaten

 

Blijft u de Belgische bieren hier brouwen?
“We behouden onze Belgische productie. Technologisch zouden we het water volledig kunnen demineraliseren en er vervolgens alle zaken die nodig zijn weer aan toevoegen. Maar dat gaan we niet doen. Duvel blijft een Vlaams product. Onze werknemers zijn hier ook zeer goed. Wel gaan we kijken hoe we ons internationaal transport efficiënter kunnen organiseren. Nu vervoeren we veel glas en veel lucht. Daarom starten we met het transport van Amerikaans bier in citernes naar Vlaanderen om dat hier af te vullen en hier te verkopen. En op de terugweg zullen we in dezelfde vaten Maredsous, Vedett of De Koninck voor de Amerikaanse markt stoppen. Voor Duvel wachten we nog, omdat dat het meest fragiele bier is.”

 

Onze mensen uit Breendonk en uit onze andere Amerikaanse brouwerijen houden een oogje in het zeil om inzicht in de zaken te hebben

 

De horeca heeft het moeilijker. Hoe kijkt u tegen die evolutie aan?
“Vroeger was een café een plaats waar mensen naar toe gingen om anderen te ontmoeten. Nu bestaan daar veel alternatieven voor. Dus moet de horeca naar andere meerwaardes zoeken.  Daarvoor moeten de cafés wel professioneler worden. Ze blijven trouwens belangrijk voor ons. Het is een kanaal om producten bekend te maken. Nadien kopen mensen de bieren in de winkel.”

U was een tijdlang beursgenoteerd. Nu bent u weer louter een familiaal bedrijf. Waarom? “De enige keer dat we geld hebben opgehaald, was bij onze eerste beursintroductie. Nadien niet meer. Maar we hadden twee nadelen. We waren in beurstermen een relatief klein bedrijf en slechts 25 procent van onze aandelen was vrij verhandelbaar. Dat maakte de liquiditeit op de beurs beperkt. Vandaag zijn we weer een familiebedrijf, maar we zijn tevreden dat we beursgenoteerd zijn geweest. Het heeft ons een zekere discipline bijgebracht. In onze raad van bestuur zitten nog altijd externen. Voorts hebben we een auditcomité en een remuneratie- en benoemingscomité, alsook een charter voor het goed bestuur van de onderneming. En onze financiële rapportering blijft zeer strikt, al nemen we daarvoor nu iets meer onze tijd dan vroeger.”

 

De kans dat we hier nog een overname zullen doen, is zeer klein. Op een zakdoek hebben we al vier brouwerijen

 

Hoe wordt dit op de werkvloer onthaald?
“Zeer positief. De brouwerij wordt geleid door mensen die gekend zijn bij de werknemers. Een aantal van hen heeft ons zien opgroeien. Voor hen is het belangrijk dat het bedrijf Duvel Moortgat heet en niet Duvel International Drinks. Dat maakt het menselijker. Bovendien getuigt het van een langetermijnengagement. We zijn ook een bedrijf in de vierde generatie. Dat geeft ons de morele plicht om het in goede toestand door te geven naar de volgende generatie.”

Nooit aan gedacht om het bedrijf te verkopen?
“Neen. Het is een boeiende sector met een mooi product. We beginnen bij grondstoffen en verwerken ze met passie tot een eindproduct. En je hebt de financiële kant van het verhaal. Je zou kunnen zeggen dat het risicovol is dat we ons slechts op één activiteit concentreren, maar het is wel een domein dat we beheersen. Liever dat, dan in tien zaken investeren en ze allemaal maar een beetje kennen.”