Yan Ketelers
woordvoerder van Bubble Post, actief in Nederland

Waarom de keuze voor dat land?
“Bubble Post werd opgericht in 2012 in Gent en telt intussen al 14 vestigingen in België en 120 medewerkers. Sinds september 2015 zijn we ook actief in Nederland, met name in Amsterdam en Utrecht. De keuze daarvoor is vrij logisch. Onze groei wilden we verder bestendigen, we willen de concurrentie een stapje voor zijn en dan is het niet zo onlogisch dat je eerst de stap zet naar een buurland. We werkten al in de twee landstalen, dus dat was niet meteen de reden, maar het spreekt voor zich dat het de dingen wel iets eenvoudiger maakt als je in je moedertaal kan communiceren. Het concept slaat trouwens aan, en niet alleen omdat Nederland een fietsland is (lacht).”

Wat was de grootste uitdaging om daar iets op te starten?
“Er is de administratieve poespas. De regelgeving en dergelijke meer zijn niet hetzelfde als in België, dus daar moet je rekening mee houden. Een van de redenen waarom we voor Nederland kozen is omdat ze een stapje voor staan als het gaat om de ontwikkeling van e-commerce. Pakjes leveren zit er al meer ingebakken dan in Vlaanderen. Daarnaast investeren ze er ook hard in nieuwe technologieën, zo kunnen ze efficiënt communiceren met ons eigen ontwikkeld IT-systeem. Opvallend is dat we daar niet beschouwd worden als de kleine Gentse start-up, maar ze ons als een grote internationale speler zien en we hard moeten werken om die status waar te maken.”

Zou je ondernemen aanraden in het land waar je nu actief bent?
“Zeker en vast. Als je een concept hebt dat ook kan aanslaan in het buitenland, moet je dat doen. Nederland was voor ons een goede eerste stap. De taal is dezelfde, de werkcultuur is niet zo verschillend met die van ons. We proberen nu ook in Spanje stappen te zetten en daar merk je bijvoorbeeld dat die Zuiderse mentaliteit om het rustig aan te doen er nog is en je wel wat meer geduld moet hebben. Overigens hoeft het daarna niet op te houden. Ook in Duitsland, Zwitserland, Groot-Brittannië, Italië, Griekenland en Slovakije zullen binnenkort Bubble Heroes fietsen en rijden.”


 

Roeline Ham
zaakvoerder van Boobs-’n-Burp, actief in Frankrijk

Waarom de keuze voor dat land?
“We zijn in 2010 gestart met onze activiteiten. Er deed zich begin vorig jaar een opportuniteit voor die we niet konden laten liggen. Via via vernamen we dat onze Franse tegenhanger in financiële moeilijkheden vertoefde. We hebben die kans niet laten liggen. Het past in onze groeistrategie. Als kleine speler is er druk van de grote ketens, schaalvergroting is dan belangrijk en als je een sterk merk zoals MamaNANA kan overnemen doe je een goede zaak. Voortaan opereren we nu ook op de Franse markt waar postorderbedrijven en online shops al veel meer ingeburgerd zijn dan in België. Het marktpotentieel is enorm.”

Wat was de grootste uitdaging om daar iets op te starten?
“Als Belgische ondernemer was de stap naar Frankrijk niet zo groot. De grootste uitdaging is toch ontdekken hoe die markt precies in elkaar zit. We hebben er geen fysieke winkel. De Franse consument is niet dezelfde als een Belgische. In België hebben we vijf echte winkels en is er dagelijks interactie met de klant, krijg je feedback en doe je op die manier aan klantenbinding. Dat missen we een beetje in Frankrijk waardoor klanten minder trouw zijn. Al is het niet de bedoeling om in Frankrijk ook winkels te openen, omdat toch blijkt uit studies dat het niet rendabel zou zijn. Zaak is om op een andere manier blijvend aantrekkelijk te zijn voor de Franse klant.”

Zou je ondernemen aanraden in het land waar je nu actief bent?
“Toch wel. De stap naar het buitenland zetten maakt zakendoen veel complexer, uiteraard, maar ik raad het jonge ondernemers wel aan als ze hun potentieel in eigen land hebben bereikt. Als je wil groeien, moet je aan schaalvergroting doen in het buitenland. Bovendien hebben we een missie en die kun je enkel realiseren als je veel klanten bereikt. We willen een bepaalde impact genereren op de maatschappij, meer mensen overtuigen van het heilzame van borstvoeding. Op langere termijn zorgt dat voor een positieve invloed voor de gezondheid en zelfs voor een kostenbesparing in de gezondheidszorg, dus uitbreiden was het logische gevolg.”


 

Lieven Oosterlinck
marketing manager van Teamleader, actief in Duitsland

Waarom de keuze voor dat land?
“Teamleader is een jong bedrijf. In juli 2012 zijn we van start gegaan, maar sindsdien gaat het snel. We bouwen gebruiksvriendelijke online CRM-, sales- en planning-software voor bedrijven. Vorig jaar wonnen we een belangrijke award en kwam er heel veel Duitse interesse voor ons bedrijf. Eerst hebben we de stap naar Nederland nog gezet, maar daarna kozen we voor Berlijn, onze eerst niet-Nederlandstalige vestiging. Logisch, want de stad wordt weleens het Europese Silicon Valley genoemd. Het is een stad die een enorme opleving kent, met heel veel start-ups en waar veel technologiebedrijven zich gevestigd hebben.”

Wat was de grootste uitdaging om daar iets op te starten?
“Als je naar het buitenland trekt, heb je altijd het label dat je geen lokale speler bent. Mensen, bedrijven doen liever zaken met een bedrijf uit eigen land. Het team in Berlijn is weliswaar volledig Duits, we geven support in de eigen taal, de tool is in het Duits ontwikkeld en we benaderen onze klanten in hun landstaal, maar dat label van buitenlands bedrijf blijft aan ons kleven. Dat is een nadeel. Anderzijds merken we dat er vraag is naar onze toepassing en Berlijn een goede keuze was. Op dit moment hebben we weinig concurrentie in onze markt en nu we die voorsprong nog hebben, moesten we wel die stap wagen naar het buitenland.”

Zou je ondernemen aanraden in het land waar je nu actief bent?
“Als je een product hebt of een toepassing levert die in Duitsland kan aanslaan, moet je niet aarzelen. Gent was lange tijd de ‘hippe stad’ van Europa met de vele jonge start-ups die er hun plekje vonden. Het is een etiket dat Berlijn nu draagt en waar je als jong bedrijf echt wel kan groeien en goed zaken kan doen. Ondernemen wordt er echt gestimuleerd. Het cliché over de Duitsers klopt trouwens ook wel. Het zijn heel harde werkers waar je op kan rekenen. De werkcultuur is niet zo verschillend dan die van bij ons en dat maakt dat samenwerken echt wel goed lukt en mooie resultaten kan opleveren.”